In dit artikel wordt het onderwerp Alkstormvogeltje behandeld, met als doel een uitgebreide analyse van dit probleem te geven. Alkstormvogeltje is tegenwoordig een relevant onderwerp en de studie ervan is op verschillende gebieden van het grootste belang. Met dit schrijven willen we een alomvattende visie op Alkstormvogeltje bieden, waarbij we de verschillende facetten, implicaties en mogelijke oplossingen ervan onderzoeken. Verschillende gezichtspunten zullen worden behandeld en verschillende benaderingen zullen worden geanalyseerd om de complexiteit rondom Alkstormvogeltje volledig te begrijpen. Dit artikel heeft tot doel een debat rond Alkstormvogeltje op gang te brengen en reflectie en de uitwisseling van ideeën onder de lezers te bevorderen.
Alkstormvogeltje IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2018) | |||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||
Alkstormvogeltje bij Tasmanië | |||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
Soort | |||||||||||||
Pelecanoides urinatrix (Gmelin, 1789) | |||||||||||||
![]() | |||||||||||||
Afbeeldingen op ![]() | |||||||||||||
Alkstormvogeltje op ![]() | |||||||||||||
|
Het alkstormvogeltje (Pelecanoides urinatrix) is een kleine zeevogel uit de familie Procellariidae.
Het is een kleine wat mollige vogel die 20 tot 25 centimeter groot wordt. Bovenaan zijn ze zwart geveerd en onder aan de buik wit. De snavel is groot en zwart. De vleugels hebben dunne witte stroken. De poten zijn blauw. Deze vogels worden tot 6 jaar oud.
Het zijn slechte vliegers die voortdurend onder water achter hun prooien aan duiken. Om hun prooi te vangen in de zee, kunnen ze tot 60 meter diep duiken. Ze leven van kreeftachtigen en plankton dat ze vooral tijdens de nacht vangen.
Deze vogels bouwen hun nesten op hellingen met hier en daar wat begroeiing. Het nest wordt gemaakt in een zelf uitgegraven holletje in de grond. Het legsel bestaat uit een enkel ei, dat ongeveer 55 dagen wordt bebroed. Het jong blijft nog zeker 2 maanden in het nest, alvorens zelf voedsel te gaan zoeken.
De soort broedt op subtropische en subantarctische eilanden in de Atlantische Oceaan, de Indische Oceaan en het zuidwestelijke deel van de Grote Oceaan. Er worden zes ondersoorten onderscheiden:[2]
De grootte van de populatie is in 2004 geschat op meer dan 16 miljoen vogels. Op de Rode lijst van de IUCN heeft deze soort de status niet bedreigd.[1]