Het belang van Ambtenarenwet 2017 in de huidige samenleving valt niet te ontkennen. Ambtenarenwet 2017 is het onderwerp geweest van belangstelling en debat op verschillende gebieden, van politiek tot populaire cultuur. De impact ervan op het dagelijks leven van mensen is duidelijk en de invloed ervan is voelbaar in alle aspecten van de samenleving. In dit artikel zullen we de rol van Ambtenarenwet 2017 vandaag onderzoeken, waarbij we de relevantie ervan analyseren en de rol die het speelt in het moderne leven. Vanaf de oorsprong tot de impact ervan op de hedendaagse wereld is Ambtenarenwet 2017 een onderwerp dat het verdient om in zijn geheel bestudeerd en begrepen te worden.
De Ambtenarenwet is een Nederlandse wet die voor het eerst is vastgesteld in 1929 en per 1 januari 2020 ingrijpend is gewijzigd door de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren[1] (Wnra), waarbij ook de citeertitel is gewijzigd in Ambtenarenwet 2017. Doel is het regelen van de rechtspositie van de ambtenaar.
Per 1 januari 2020 is het volgende veranderd:
1. De aard van de arbeidsrelatie:
2. De organisatie waar de ambtenaar werkzaam was, is veranderd:
De zogeheten overheidswerkgever sluit met bepaalde functionarissen nog altijd geen arbeidsovereenkomst. Zo zijn ministers en burgemeesters van de wet uitgezonderd. Voor hen gelden nog altijd afwijkende publiekrechtelijke regelingen.
Consequentie van de publiekrechtelijke rechtspositie van de ambtenaar, ten opzichte van iemand met een arbeidsovereenkomst, was:
De Ambtenarenwet 2017 verplicht de overheidswerkgever tot:
Nadere bepalingen zijn geregeld in het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017.
In 2011 is berekend dat het omzetten van de ambtenarenstatus naar arbeidsovereenkomsten met het wetsvoorstel Koşer Kaya/Van Hijum (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren) eenmalige kosten van € 53,0 tot 186,3 miljoen zouden zijn gemoeid en jaarlijkse baten van € 6,6 tot 21,9 miljoen (SEO-rapport nr. 2011-34, Update kosten en baten van harmonisatie van de rechtspositie van overheidspersoneel, p. 37). Dit zou, aldus het onderzoeksbureau, vooral zitten in besparingen op de rechtspraak en door deregulering.