Vandaag betreden we de fascinerende wereld van Anwar Shaikh, een onderwerp dat de aandacht heeft getrokken van miljoenen mensen over de hele wereld. Vanaf het begin tot aan de impact ervan vandaag de dag is Anwar Shaikh het voorwerp geweest van studie, debat en bewondering. Met een erfenis die eeuwen overspant, heeft Anwar Shaikh een onuitwisbare stempel gedrukt op verschillende aspecten van de samenleving. In dit artikel zullen we de geschiedenis, het belang en de gevolgen van Anwar Shaikh onderzoeken, waardoor we een dieper inzicht krijgen in een onderwerp dat vandaag de dag nog steeds interesse en inspiratie genereert.
Anwar Shaikh (Karachi, 1945) is een Pakistaans-Amerikaanse econoom. Shaikh staat bekend om zijn heterodoxe aanpak, die teruggrijpt op de werken van de klassieke economen, en om zijn kritiek op de neoklassieke hoofdstroom in de economie. Sinds 1972 is hij verbonden aan The New School te New York.
Shaikh werd geboren te Karachi, toenmalig Brits-Indië, als zoon van een islamitische vader en een christelijke moeder. Vanwege vaders werk als diplomaat woonde het gezin achtereenvolgens in Ankara, Washington D.C., New York, Lagos, Kuala Lumpur en Koeweit. Na een studie luchtvaarttechniek (B.S.E., Princeton, 1965) werkte Shaikh enige tijd te Koeweit, tot hij getroffen werd door woestijnblindheid. Na zijn herstel ging hij aan de slag als docent in het middelbaar onderwijs. Dit werk wekte zijn belangstelling voor sociale vakken en leidde tot een studie economie aan Columbia-universiteit (Ph.D., 1973, begeleider Ronald Findlay). Sinds 1972 is Shaikh verbonden aan The New School, waar hij werd aangenomen door Robert Heilbroner.
Shaikhs economische werk bestrijkt zowel theorie als empirie. Hij publiceerde o.a. over productiefunctiekritiek (de humbug-productiefunctie, 1974) en over problemen uit de marxistische economie, waaronder het transformatieprobleem en de wet van de dalende winstvoet. Measuring the Wealth of Nations (met Ahmet Tonak, 1994) laat zien hoe nationale rekeningen ontdaan kunnen worden van vertekening door het meten van neoklassieke en keynesiaanse concepten, zodat klassieke en marxistische theorieën empirisch beter getoetst kunnen worden. Capitalism: Competition, Conflict, Crises (2016) is een breed opgezet werk dat een alternatieve theorie van concurrentie poneert, ter vervanging van zowel volkomen mededinging als de diverse onvolkomen varianten.