In dit artikel gaan we het onderwerp Armbloemige waterbies diepgaand onderzoeken, waarbij we de vele facetten en de relevantie ervan voor vandaag analyseren. Vanaf de oorsprong tot de impact op de samenleving, via de verschillende perspectieven en benaderingen, zal dit artikel uitgebreid ingaan op alles wat met Armbloemige waterbies te maken heeft. Door middel van een gedetailleerde en rigoureuze analyse zullen we ons verdiepen in dit fascinerende onderwerp om de reikwijdte en het belang ervan op verschillende gebieden, van wetenschap tot cultuur, te begrijpen, waardoor we een alomvattende en verrijkende visie kunnen bieden. Zonder enige twijfel is Armbloemige waterbies een onderwerp van groot belang dat het verdient om diepgaand onderzocht te worden, en dat is precies wat we in de volgende regels voorstellen te doen.
Armbloemige waterbies | |||||||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||
soort | |||||||||||||||||||
Eleocharis quinqueflora (Hartmann) O.Schwarz (1949) | |||||||||||||||||||
![]() | |||||||||||||||||||
Afbeeldingen op ![]() | |||||||||||||||||||
Armbloemige waterbies op ![]() | |||||||||||||||||||
|
De armbloemige waterbies (Eleocharis quinqueflora) is een polvormende, vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). Het is een plant van laagblijvend grasland, binnenduingraslanden, duinvalleien, schorren en kwelders op natte, kalkrijke grond met zoet tot brak water. Ook komt de plant voor op kwelplekken. De plant komt van nature voor op het noordelijk halfrond van Noord-Amerika tot West-Azië en in Chili. Ze staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en sterk afgenomen.
De plant wordt 5-25 cm hoog en vormt een kruipende, lange, dunne, sterk vertakkende wortelstok. De eindknop van de wortelstok is verdikt tot een bol. De stengels zijn vaak iets gekromd en bladloos. De grondbladeren zijn rond en gegroefd.
De armbloemige waterbies bloeit van mei tot juli. De donkergroene, 0,5 mm dikke bloeistengel is rolrond of iets afgeplat. Op de onderste helft van de stengel zit een roodachtig bruine bladschede. De bloeiwijze is een aar met drie tot zeven bloemen. De soortaanduiding quinqueflora komt uit het Latijn voor "vijfbloemig". De aar is 4-8 mm lang en tot 4 mm breed. Het onderste kelkkafje is stengelomvattend en bijna evenlang als de aartjes. De donkerbruine, eironde, spitse kafjes hebben een brede vliezige bladrand. Per bloempje komen vier tot zes tot stekels omgevormde kroonbladen voor. De stijl heeft drie stempels.
De vrucht is een 1,5-2 mm lang, geelbruin, driekantig nootje met een stekelige punt.