In het volgende artikel zal de kwestie van Avesta (literatuur) worden behandeld, wat vandaag de dag een kwestie van het allergrootste belang en relevantie is. Avesta (literatuur) is een onderwerp dat de interesse en aandacht heeft gewekt van een groot aantal mensen over de hele wereld, en de impact ervan strekt zich uit tot verschillende gebieden van het dagelijks leven. Langs deze lijnen zullen verschillende aspecten met betrekking tot Avesta (literatuur) worden geanalyseerd, waardoor gedetailleerde en bijgewerkte informatie wordt verstrekt om uw begrip te verdiepen. Daarnaast zullen verschillende standpunten en meningen van deskundigen uit het veld worden verkend, met als doel een breed en verrijkend perspectief op Avesta (literatuur) te bieden.
Categorie Zoroastrisme | |
Zoroastrisme | |
Wezens
|
|
Stromingen & groepen
|
|
Begrippen
|
|
Portaal ![]() |
De Avesta (Middelperzisch: Abestâg, < Oudperzisch: *Upa-stâvaka, ‘lof’) is een verzameling van Avestaanstalige religieuze teksten die het heilige boek vormen van het zoroastrisme, de pre-islamitische religie van Iran. De oudste delen ontstonden vermoedelijk aan het einde van het 2e millennium v.Chr. en werden mondeling overgeleverd. Het op schrift stellen van een canon gebeurde vanaf de 4e eeuw v.Chr. Het merendeel is in de middeleeuwen verloren gegaan.
Volgens de zoroastrische traditie werd de Avesta door de oppergod Ahoera Mazdâ gemaakt en door Zarathustra aan de Achaemenidische koning Vishtâspa of Dārā Dārāyān gegeven. In navolging van Alexander de Grotes verovering van het Perzische rijk werd de Avesta vernietigd of verspreid. Pas onder de Armeense Arsaciden werden de fragmenten verzameld en gecombineerd met mondelinge overlevering. De voltooiing van dat werk vond plaats onder de Sassaniden.
De codificatie vond plaats onder het Sassanidische bewind in de 4e eeuw, vermoedelijk in opdracht van koning Sapûr II. In die tijd werd het Avestaans niet langer goed begrepen, waardoor vanaf dan aanvullende, Middelperzische teksten verschenen: de Pahlavi-boeken. De Sassanidische standaardversie werd geschreven in een alfabettype dat leek op het Griekse schrift. Blijkens een inhoudsopgave in de 9e-eeuwse Middelperzische Dênkard (hoofdstuk 8) bestond de eindredactie van de Avesta uit drie boekdelen met elk zeven hoofdstukken (totaal: 21 nasks), waaronder bijvoorbeeld hymnen, liturgieën, priesterinstructies en geleerde traktaten. De Dênkard baseerde zich echter op Pahlavi-vertalingen en wordt als onbetrouwbaar gezien.
In de periode dat de handschriften ontstonden was het Avestaans als taal al uitgestorven en werd deze over het algemeen niet meer begrepen. Zo ontstonden de Middelperzische Zand, en vanaf de 9e eeuw, de Pahlavi-boeken. De reden voor het verzamelen, selecteren en codificeren van de Avesta-onderdelen onder de Sassanidische vorsten hangt samen met het aannemen van het zoroastrisme als de staatsgodsdienst van het rijk. Tegelijkertijd ondervond het zoroastrisme concurrentie van het boeddhisme, jodendom, christendom en manicheïsme, die alle beschikten over boeken. Door de codificatie van de leer kon de religie een duidelijke orthodoxie nastreven.
De meeste bewaard gebleven handschriften dateren uit de 16e eeuw tot en met de 19e eeuw. De oudste handschriften stammen uit de 13e en 14e eeuw. Alle vallen ze terug op hetzelfde handschrift, dat bestaan moet hebben in de 9e of 10e eeuw. Er is weinig bekend over de schriftelijke overlevering in de periode van na de val van het Sassanidische rijk (7e eeuw n.Chr.) tot de eerst overgeleverde zoroastrische handschriften.
Het Sassanidische rijk werd opgevolgd door het islamitische Arabische Rijk (622-656). Tijdens de islamitische overheersing in Iran is naar schatting twee derde tot drie vierde van de Avesta verloren gegaan. Wat resteert zijn vooral teksten van ritueel-liturgische aard. De enige volledig bewaard gebleven nask is 19, Videvdad. Het is onzeker tot welke nasks de overige Avestateksten behoorden.
De Avesta kan op taalkundige en cultuurhistorische gronden in tweeën opgedeeld worden. De oudste groep vormt de Gathische of Oude Avesta en is als mondelinge overlevering volgens sommige onderzoekers ontstaan tussen de 20e en 18e eeuw v.Chr., of volgens anderen rond 1000 v.Chr., met een canonisering tussen de 10e en 6e eeuw v.Chr. De tweede groep teksten is de Standaard of Jonge Avesta, die als mondelinge overlevering ontstonden tussen de 9e en 5e eeuw v.Chr., met een canonisering in de 3e eeuw v.Chr. De gecodificeerde onderverdeling uit de late oudheid en vroege middeleeuwen valt niet samen met de bovengenoemde opdeling Oud-Jong.
De Oude Avesta is verhoudingsgewijs beperkt in omvang en bevat de oudste zoroastrische teksten, waarvan een deel wordt toegeschreven aan Zarathustra, grondlegger van het zoroastrisme (mogelijk 2e millennium v.Chr.).
De Jonge Avesta is – taalkundig en cultureel – uitsluitend Oost-Iraans. De teksten ervan zijn herbewerkingen van ouder materiaal, vermoedelijk door redacteurs die de archaïsche taal van de originele literatuur niet goed beheersten. De teksten missen consistentie en ogen eclectisch. Qua inhoud wordt de oorspronkelijke leer van Zarathustra bijvoorbeeld gecombineerd met latere (niet-)zoroastrische elementen. Een mogelijke verklaring is dat het vroege zoroastrisme om politieke en religieuze redenen genoodzaakt was om de prezoroastrische religie van de Iraniërs te accepteren.
De feitelijke indeling van de Avesta is thans als volgt.
Voor het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt: