In het artikel van vandaag zullen we de fascinerende wereld van Baanelement verkennen. Vanaf het begin tot aan de relevantie ervan vandaag de dag is Baanelement een onderwerp van voortdurend belang geweest voor onderzoekers, academici en liefhebbers in het algemeen. Door de jaren heen heeft Baanelement zijn impact aangetoond op verschillende aspecten van het dagelijks leven, of het nu gaat om geschiedenis, wetenschap, cultuur of technologie. Via dit artikel zullen we dieper ingaan op de vele facetten ervan, met als doel de invloed ervan op de wereld om ons heen beter te begrijpen. Ga met ons mee op deze tour en ontdek alles wat Baanelement te bieden heeft.
Een baanelement is een natuurkundige grootheid die gebruikt kan worden om de baan van een hemellichaam vast te leggen. In meer algemene zin kan baanelement ook een grootheid zijn waarmee de plaats van het hemellichaam in de baan uit te rekenen is, hoewel zo'n baanelement dan strikt genomen geen eigenschap van de baan hoeft te zijn.
Voor het gemak zullen we hieronder de volgende typen baanelementen onderscheiden:
Een aantal baanelementen wordt hieronder uitgelegd aan de hand van het volgende diagram van de baan van de komeet 3D/Biela.
De dikke blauwe curve is de baan van de komeet. Het grijze rooster geeft het vlak aan van de baan van de Aarde en van de ecliptica. De roosterafstand is 1 astronomische eenheid. De dunne grijze curve is de verticale projectie van de komeetbaan op het roostervlak. Rechts van de lijn AD is de baan boven het rooster, en links eronder. De gele lijnen verbinden punten op de komeetbaan met hun projectie op het roostervlak. De komeet gaat tegen de richting van de klok in langs de baan.
De merktekens betekenen het volgende:
A | de dalende knoop van de baan, waar de baan van "boven" naar "beneden" de ecliptica gaat. |
B | de verticale projectie van het apoapsis op het vlak van de ecliptica. |
C | het apoapsis van de baan, waar de baan het verste van de Zon is. |
D | de klimmende knoop van de baan, waar de baan van "beneden" naar "boven" de ecliptica gaat. |
E | de verticale projectie van het periapsis op het vlak van de ecliptica. |
F | het periapsis van de baan, waar de baan het dichtste bij de Zon is. |
Z | de plaats van de Zon (waar de lijnen AD, BE en CF elkaar kruisen). |
γ | de richting van het lentepunt. |
AD | de knopenlijn van de baan. |
CF | de apsidenlijn of lange as van de baan. |
De dikke rode lijn wijst vanaf de Zon in de richting van het lentepunt. Dit komt overeen met een eclipticale lengtegraad van 0°. De dunne rode lijn geeft een lengtegraad van 90° aan.
Als twee puntvormige of bolsymmetrische voorwerpen onder invloed van alleen hun onderlinge klassieke (niet-relativistische) zwaartekracht bewegen, dan volgen ze keplerbanen (naar Johannes Kepler), banen die kegelsneden zijn. Om de grootte, vorm, en stand van een keplerbaan geheel vast te leggen zijn vijf baanelementen nodig. Verschillende verzamelingen van grootheden kunnen als baanelementen dienen. De meestgebruikte verzamelingen van baanelementen (en de wiskundige symbolen die daarvoor meestal gebruikt worden) zijn als volgt:
De laatste drie hoeken (i, Ω en ω) geven de stand van de baan aan en hangen dus af van het basisvlak en de primaire richting daarin ten opzichte waarvan de stand aangegeven wordt. Deze drie hoeken worden weleens de hoeken van Euler genoemd (naar Leonhard Euler).
Strikt genomen hebben alleen cirkelbanen en ellipsbanen een (eindige) lange as en een (eindige, reële) periode, maar ook voor paraboolbanen en hyperboolbanen valt aan a en P een waarde toe te kennen zodat bepaalde formules met die grootheden erin voor alle keplerbaantypen gelden.
De volgende tabel toont hoe uit sommige baanelementen volgt wat voor type kegelsnede de baan is.
baantype | a | e | P | q | E |
---|---|---|---|---|---|
cirkel | >0 | 0 | >0 | =a | <0 |
ellips | >0 | 0<e<1 | >0 | 0<q<a | <0 |
parabool | ±∞ | 1 | ±∞ | >0 | 0 |
hyperbool | <0 | >1 | imaginair | >0 | >0 |
rechte lijn | ≠0 | 1 | 0 | ≠0 | |
punt | 0 | 0 | 0 | −∞ |
Om ook de plaats van het hemellichaam in de baan aan te geven is nog een zesde baanelement nodig. Hiervoor wordt meestal gebruikt:
Om de plaats van het hemellichaam op verschillende tijden uit te kunnen rekenen heb je nog nodig:
Strikt genomen dient ook aangegeven te worden:
Voor een keplerbaan veranderen de primaire baanelementen niet met de tijd. In de praktijk werken er altijd meer krachten op een hemellichaam dan alleen de zwaartekracht van één ander hemellichaam, dus volgen hemellichamen in de praktijk nooit precies een keplerbaan. Je kunt wel op elk moment een keplerbaan vinden die goed past bij de plaats en snelheid van het hemellichaam op dat moment. Die bijgepaste keplerbaan wordt weleens de osculerende keplerbaan genoemd. Als de zwaartekracht van één ander hemellichaam domineert, dan zal het hemellichaam 'ongeveer' een keplerbaan volgen, wat betekent dat de primaire baanelementen van de osculerende keplerbaan (ofwel de osculerende baanelementen) maar langzaam met de tijd veranderen. In sterrengidsen die baanelementen geven staan daarom meestal ook de primaire baanelementen voor verschillende tijden genoemd.