Bijvoeglijk naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord of adjectief is een woordsoort in de taalkundige benoeming. Het wordt gebruikt om iets anders in de zin (vaak een zelfstandig naamwoord) nader te omschrijven. Het bijvoeglijk naamwoord (afkorting bn.) duidt dus meestal een eigenschap of hoedanigheid aan en vormt meestal één zinsdeel met datgene wat het nader omschrijft.

Soorten

Een bijvoeglijk naamwoord kan in een zin op twee manieren gebruikt worden: attributief en niet-attributief. Niet-attributief gebruik kan weer worden onderverdeeld in predicatief en bijwoordelijk gebruik.

Gebruik

In het Nederlands en veel andere talen kunnen van veel bijvoeglijke naamwoorden een vergrotende trap en overtreffende trap afgeleid worden. Het oorspronkelijke bijvoeglijk naamwoord is de stellende trap. Samen heten ze de trappen van vergelijking.

Vrijwel alle bijvoeglijke naamwoorden kunnen daarnaast worden gesubstantiveerd, wat betekent dat ze de syntactische eigenschappen van zelfstandige naamwoorden krijgen en met andere adjectieven kunnen worden gecomplementeerd. Dit gebeurt meestal met specifieke vaste achtervoegsels, waarvan elke taal er een aantal heeft.

Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands

Zie Nederlandse grammatica#Bijvoeglijke naamwoorden voor een uitgebreidere bespreking Attributief Van een attributief bijvoeglijk naamwoord is sprake wanneer het bijvoeglijk naamwoord geplaatst wordt vóór een zelfstandig naamwoord Predicatief Van een predicatief bijvoeglijk naamwoord is sprake wanneer het hoofd is van een naamwoordelijk gezegde, predicatief complement of bepaling van gesteldheid Bijwoordelijk Het bijvoeglijk naamwoord wordt als bijwoord gebruikt Partitief Het bijvoeglijk naamwoord wordt geplaatst na een woord van kwantiteit met als suffix -s Zelfstandig Het bijvoeglijk naamwoord wordt zelfstandig gebruikt waarbij verwezen wordt naar een bekend begrip.

Verbuiging

Zie Bijvoeglijk naamwoord met of zonder buigings-e voor het hoofdartikel over dit onderwerp. WikiWoordenboek Mediabestanden · · Sjabloon bewerken Woordsoorten

achterzetsel · bijwoord · ideofoon · lidwoord · naamwoord (bijvoeglijk · eigennaam · zelfstandig) · telwoord (hoofdtelwoord · rangtelwoord · telbijwoord) · tussenwerpsel · voegwoord · voornaamwoord (aanwijzend · betrekkelijk · bezittelijk · onbepaald · persoonlijk · temporeel · uitroepend · vragend · wederkerend · wederkerig) · voorzetsel · werkwoord