In dit artikel zullen we het onderwerp Chattien onderzoeken, een concept dat de mensheid al eeuwenlang intrigeert. Vanaf zijn oorsprong tot zijn relevantie in de huidige samenleving is Chattien op meerdere gebieden het onderwerp geweest van debat en fascinatie. Door de geschiedenis heen heeft Chattien een cruciale rol gespeeld bij het vormen van gedachten, acties en overtuigingen in verschillende culturen over de hele wereld. Bovendien strekt de invloed zich uit tot uiteenlopende gebieden als wetenschap, religie, politiek en populaire cultuur. Via dit artikel zullen we ons verdiepen in de fascinerende wereld van Chattien, waarbij we de vele facetten ervan en de impact ervan op de hedendaagse samenleving onderzoeken.
Systeem Periode |
Serie Tijdvak |
Etage Tijdsnede |
Ouderdom (Ma) | |
---|---|---|---|---|
Neogeen | Mioceen | Aquitanien | jonger | |
Paleogeen | Oligoceen | Chattien | 23,03–28,1 | |
Rupelien | 28,1–33,9 | |||
Eoceen | Priabonien | 33,9–38,0 | ||
Bartonien | 38,0–41,3 | |||
Lutetien | 41,3–47,8 | |||
Ypresien | 47,8–56,0 | |||
Paleoceen | Thanetien | 56,0–59,2 | ||
Selandien | 59,2–61,6 | |||
Danien | 61,6–66,0 | |||
Krijt | Boven | Maastrichtien | ouder | |
Indeling van het Paleogeen volgens de ICS.[1] |
Het Chattien (Vlaanderen: Chattiaan) is in de geologische tijdschaal de vroegste tijdsnede en bovenste etage in het Oligoceen. Het Chattien duurde van 28,1 tot 23,03 Ma. Het komt na het Rupelien en na het Chattien komt het Aquitanien, de onderste etage in het Mioceen en Neogeen.
Het Chattien werd in 1894 ingevoerd door de Duitse paleontoloog Theodor Fuchs. De etage is genoemd naar de Germaanse stam de Chatten. De oorspronkelijke typelocatie ligt in de buurt van de Duitse stad Kassel.
De basis van het Chattien wordt gedefinieerd door het verdwijnen van de planktonische foraminifeer Chiloguembelina (dit vormt ook de basis van de foraminiferen-biozone P21b). De basis van het Aquitanien (gelijk aan de top van het Chattien) wordt gedefinieerd door het begin van de magnetische chronozone C6Cn.2, het vroegste voorkomen van de planktonische foraminifeer Paragloborotalia kugleri en het laatste voorkomen de nannoplankton Reticulofenestra bisecta (de basis van de nannoplankton-biozone NN1).
Voetnoot
Literatuur
Externe links