In de wereld van vandaag heeft De Deelen (moeras) op verschillende gebieden onbetwistbare relevantie gekregen. Zowel op persoonlijk als professioneel vlak heeft De Deelen (moeras) de aandacht van miljoenen mensen getrokken vanwege de impact en betekenis ervan in de hedendaagse samenleving. In dit artikel zullen we alles wat met De Deelen (moeras) te maken heeft grondig onderzoeken, van de geschiedenis en evolutie tot de invloed ervan vandaag de dag. In de volgende paar regels zullen we de vele facetten en aspecten ontdekken die De Deelen (moeras) tot een onderwerp van wijdverbreid belang maken, evenals de relevantie ervan in de mondiale context.
De Deelen | ||
---|---|---|
Natura 2000-gebied in Nederland | ||
Situering | ||
Locatie | Friesland | |
Dichtstbijzijnde plaats | Oldeboorn, Haskerdijken | |
Coördinaten | 53° 1′ NB, 5° 54′ OL | |
Informatie | ||
Oppervlakte | 5,14 km² | |
Geldende richtlijn(en) | Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn | |
Beheer | Staatsbosbeheer | |
Gebiedsnummer | 14 | |
Sitecode (Europees) | NL2000001 | |
Detailkaart | ||
![]() | ||
Locatie van het Natura 2000-gebied | ||
Foto's | ||
Petgat in De Deelen
|
De Deelen is een uitgestrekt complex van laagveenmoerassen in het lage midden van de Nederlandse provincie Friesland, ten zuiden van Aldeboarn en ten noorden van Tjalleberd, in de gemeenten Heerenveen en De Friese Meren.
De Deelen liggen in de vroegere benedenloop van de Boorne of Koningsdiep. Het lage midden van Friesland bestond tot halverwege de 20e eeuw voor een groot deel uit laagveenmoerassen, die zich naar het zuiden toe uitstrekten tot aan de (nog steeds erg uitgestrekte en tegenwoordig grotendeels vallend onder Nationaal Park Weerribben-Wieden) moerassen van Noordwest-Overijssel. Door vervening is in de 20e eeuw echter veel veen verdwenen, waardoor De Deelen er tegenwoordig vrij geïsoleerd bijliggen.
De Deelen bestaan uit rietlanden, trekgaten met relatief veel open water, struwelen en (al dan niet schrale) graslanden. De trekgaten (“petgaten” in het Fries) in de Deelen zijn betrekkelijk nieuw, omdat men hier pas rond 1920 met vervenen begon. Bovendien wordt – bij wijze van natuurontwikkeling- nog steeds veen gewonnen waarbij nieuwe petgaten ontstaan. Zodoende wordt dit laagveencomplex gekenmerkt door een naar verhouding groot oppervlak aan open water en de jongere stadia in de successiereeks van open water naar land.
Het gebied is grotendeels in bezit van het Staatsbosbeheer. Van dit gebied is 514 ha aangewezen als Vogelrichtlijngebied, zodat het deel uitmaakt van het door Europa beschermde natuurnetwerk Natura 2000. Onder de soorten waarvoor het gebied aangewezen zijn reigerachtigen als de roerdomp en de purperreiger broedvogels, terwijl de grote zilverreiger een geregelde gast is. In het riet broeden onder meer snor, rietzanger, grote karekiet en zwarte stern. Het gebied is mede aangewezen voor sommige van de vele soorten eendvogels die in het najaar massaal op de grote wateroppervlakten afkomen zoals het nonnetje, de smient en de slobeend. In de winter komen vele ganzen op bezoek zoals grauwe gans, kolgans en brandgans. Van de roofvogels valt bruine kiekendief het meest op.
In de schraallanden komen soorten voor als klokjesgentiaan en Spaanse ruiter. Het Staatsbosbeheer bezit in de omgeving bovendien nog veel grasland.
In de Deelen zijn zowel vaarroutes als rondwandelingen uitgezet. Een belangrijke toegang ligt bij Tjalleberd.