In de wereld van vandaag is Jacob van den Houte een kwestie die steeds relevanter en prominenter is geworden in de samenleving. In de loop van de tijd is Jacob van den Houte erin geslaagd de aandacht en belangstelling te trekken van een breed spectrum van mensen, die in dit onderwerp de mogelijkheid zien om nieuwe ideeën te verkennen, over meningen te debatteren en ervaringen te delen. Vanuit verschillende perspectieven en benaderingen heeft Jacob van den Houte bewezen een ontmoetingsplaats te zijn voor diversiteit aan gedachten en visies, waarbij dialoog en wederzijdse verrijking wordt bevorderd. In deze context is het essentieel om Jacob van den Houte op een diepere en reflectievere manier te benaderen, om de invloed ervan op ons dagelijks leven en de wereld om ons heen te begrijpen.
Jacob van den Houte (Zierikzee, november 1760 - 's-Gravenhage, 10 februari 1812) was een Nederlands ambtenaar en bestuurder.
Van den Houte was van 1780 tot 1807 actief in het Zeeland, eerst als secretaris van de rekenkamer en secretaris en pensionaris in Zierikzee en vanaf 1788 als secretaris van de rekenkamer en secretaris van Zeeuws bestuur. In 1806 werd hij staatsraad in gewone dienst en in die functie werd hij tweemaal herbenoemd. In 1807 was hij enkele maanden directeur van de waterstaat en aansluitend administrateur van de publieke schatkist. Van juni 1809 tot aan zijn overlijden was hij namens de regering tijdens de Franse tijd directeur voor de waterstaat (of publieke schatkist, naar de Franse functie 'maitre des requetes charge du service des ponts et chaussees). Hij werd opgevolgd door Johan Hendrik Mollerus.
Van den Houte had Romeins en hedendaags recht gestudeerd aan de Utrechtse hogeschool en was gehuwd.