In de wereld van vandaag is Kabinet-Fransen van de Putte een onderwerp dat de aandacht heeft getrokken van veel mensen in verschillende delen van de wereld. Van de impact ervan op de samenleving tot de invloed ervan op de populaire cultuur: Kabinet-Fransen van de Putte is een interessant onderwerp geworden voor degenen die de wereld om hen heen beter willen begrijpen. Terwijl Kabinet-Fransen van de Putte blijft evolueren en veranderen, is het van cruciaal belang om de vele facetten ervan te verkennen en te begrijpen hoe het ons dagelijks leven beïnvloedt. In dit artikel zullen we verschillende aspecten met betrekking tot Kabinet-Fransen van de Putte behandelen en het belang ervan in verschillende contexten analyseren.
Kabinet-Fransen van de Putte | ||||
---|---|---|---|---|
Premier | I.D. Fransen van de Putte | |||
Beëdiging | 10 februari 1866 | |||
Demissionair | 19 mei 1866 | |||
Ontslagdatum | 1 juni 1866 | |||
Voorganger | Thorbecke II | |||
Opvolger | Van Zuylen van Nijevelt | |||
Overzicht kabinetten | ||||
|
Het kabinet-Fransen van de Putte was een Nederlands kabinet in 1866 onder de facto leiderschap van Fransen van de Putte.
Nadat in januari dat jaar de minister van Binnenlandse Zaken Johan Rudolph Thorbecke en de minister van Justitie en Financiën Nicolaas Olivier hun ontslag hadden aangeboden, kreeg de voorzitter van de Tweede Kamer Van Reenen van koning Willem III de opdracht voor vervanging te zorgen. Deze weigerde de opdracht te aanvaarden, waarop de koning Fransen van de Putte aanstelde. De ministers die waren aangebleven, werden beschouwd als Puttianen, medestanders van Fransen van de Putte. Het liberale kabinet kwam al spoedig ten val over de grondpolitiek in Nederlands-Indië. Met steun van acht Thorbeckianen zorgden de conservatieven voor aanneming van een amendement-Poortman op de ontwerp-Cultuurwet. Dat amendement was onaanvaardbaar voor het kabinet.
De Cultuurwet van Fransen van de Putte moest in Nederlands-Indië verhuur van grond aan niet-inlandse bedrijven en grondbezit door inlanders mogelijk maken. Het amendement-Poortman beoogde inlanders wel het gebruiksrecht van de grond te geven, maar niet het bezit. Dat bezit moest in handen blijven van de dessa (het dorp).
Na aanneming van het amendement trok het kabinet op 18 mei 1866 het wetsvoorstel in en trad het af.
Minister van Buitenlandse Zaken | Epimachus Jacobus Johannes Baptista Cremers | liberaal |
Minister van Justitie | Carolus Joannes Pické | |
Minister van Binnenlandse Zaken | Johan Herman Geertsema Czn. | |
Minister van Financiën | Pieter Philip van Bosse | |
Minister van Oorlog | Johan Wilhelm Blanken | |
Minister van Marine a.i. | Johan Wilhelm Blanken | |
Minister van Koloniën | Isaäc Dignus Fransen van de Putte |