In dit artikel zullen we het onderwerp Resolutie 471 Veiligheidsraad Verenigde Naties diepgaand onderzoeken, een onderwerp dat vandaag de dag van groot belang is. Resolutie 471 Veiligheidsraad Verenigde Naties is een concept dat op verschillende gebieden tot grote belangstelling en discussie heeft geleid, waardoor tegenstrijdige meningen en uiteenlopende perspectieven zijn voortgekomen. In deze zin is het van cruciaal belang om alle aspecten die verband houden met Resolutie 471 Veiligheidsraad Verenigde Naties in detail te analyseren, om de werkelijke reikwijdte en impact ervan te begrijpen. In dit artikel zullen we verschillende benaderingen, onderzoeken en standpunten bespreken die de lezer in staat stellen een alomvattend beeld van Resolutie 471 Veiligheidsraad Verenigde Naties te krijgen. Bovendien zullen we de evolutie ervan in de loop van de tijd onderzoeken, evenals de invloed ervan in verschillende contexten en situaties. Door het presenteren van gegevens, analyses en reflecties willen we een compleet en actueel perspectief bieden op Resolutie 471 Veiligheidsraad Verenigde Naties, om bij te dragen aan het debat en de kennis rond dit zeer relevante onderwerp te vergroten.
Resolutie 471 | ||
---|---|---|
Van de | Veiligheidsraad van de Verenigde Naties | |
Datum | 5 juni 1980 | |
Nr. vergadering | 2226 | |
Code | S/RES/471 | |
Stemming | voor 14 onth. 1 tegen
0 | |
Onderwerp | Bezetting van de Westelijke Jordaanoever | |
Beslissing | Oproep om de Arabische bevolking te beschermen. | |
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1980 | ||
Permanente leden | ||
Niet-permanente leden | ||
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | ||
De Westelijke Jordaanoever.
|
Resolutie 471 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 5 juni 1980 aangenomen door veertien leden van de VN-Veiligheidsraad. De Verenigde Staten onthielden zich als enige lid bij de stemming. Met deze resolutie riep de VN-Veiligheidsraad Israël op de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever te beschermen tegen geweld.
In 1967 vocht Israël de Zesdaagse Oorlog uit tegen Egypte, Syrië en Jordanië. Tijdens die oorlog bezette Israël grondgebied van de drie tegenstanders: de Golanhoogten in Syrië, de Westelijke Jordaanoever die in 1948 door Jordanië was geannexeerd en in 1947 door de VN werd beschouwd als grondgebied van een te vormen Arabische staat, Oost-Jeruzalem met onder meer de Oude Stad die eveneens door Jordanië was geannexeerd en door de VN bestempeld als internationaal gebied) en ten slotte de Gazastrook en het schiereiland Sinaï van Egypte. Vervolgens verschenen de Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden, waaraan de Palestijnen steeds meer grondgebied verloren. Sindsdien werd alleen de Sinaï − na vredesoverleg met Egypte − in 1982 teruggegeven. De Joodse nederzettingen aldaar werden ontruimd.
Op 2 juni 1980 werden moordaanslagen gepleegd op de burgemeesters van drie steden op de Westelijke Jordaanoever. Joodse terroristen plaatsten bommen onder drie auto's. De burgemeesters van Ramallah en Nabloes raakten zwaar gewond. De derde bom, die voor de burgemeester van Al-Bireh bestemd was, werd tijdig ontdekt.[1]
De Veiligheidsraad:
Beschermde personen hebben in alle omstandigheden recht op respect voor hun persoon ... Ze zullen altijd menselijk behandeld worden en zeker tegen geweld of bedreiging beschermd worden ...