In dit artikel wordt het onderwerp Urineleider behandeld, dat op verschillende gebieden grote belangstelling heeft gewekt. Urineleider heeft de aandacht getrokken van academici, experts, professionals en het grote publiek vanwege zijn relevantie en impact vandaag de dag. Door de jaren heen is Urineleider het onderwerp geweest van talrijke studies, debatten en analyses, wat heeft bijgedragen aan het verrijken van de kennis over dit onderwerp. Met als doel het begrip van Urineleider te verdiepen, zullen verschillende aspecten worden onderzocht die ons in staat zullen stellen het belang en de implicaties ervan in verschillende contexten te begrijpen. Via een alomvattende en gedetailleerde aanpak zullen verschillende perspectieven en reflecties worden gepresenteerd die zullen bijdragen aan het verrijken van het debat rond Urineleider.
Urineleider | ||||
---|---|---|---|---|
Ureter | ||||
![]() | ||||
Urinestelsel
| ||||
![]() | ||||
Lengte doorsnede van de nier (Ureter is rechtsonderaan zichtbaar.)
| ||||
Synoniemen | ||||
Oudgrieks | Οὐρητήρ[1] | |||
Nederlands | Urineleider[2][3] | |||
Gegevens | ||||
Orgaanstelsel | Urinewegstelsel | |||
Naslagwerken | ||||
Gray's Anatomy | p.1225 tekst foto | |||
MeSH | Ureter | |||
|
De urineleider[4] of ureter[5] (mv: ureters) is de buis die loopt tussen het nierbekken en de urineblaas. De urineleider begint bij het nierbekken, loopt retroperitoneaal en kruist de bekkenkam (tevens een van de plekken waar nierstenen ontstaan). De urineleider loopt vervolgens postero-inferieur langs de zijkant van het bekken en komt bij de vesico-ureterale overgang de urineblaas binnen. Bij vrouwen loopt de urineleider door het mesometrium en onder de uteriene slagaders door richting de urineblaas.
De lengte van de urineleider is bij volwassenen personen ca. 25-35 cm, de doorsnede 3 tot 4 mm.
De urineleider wordt behalve bij mensen ook aangetroffen bij alle andere amniota. Bij vissen en amfibieën zijn er andere buizen met dezelfde functie.
De urineleider is stervormig en net als de blaas bekleed met een laag van overgangsepitheel (ofwel urotheel). Het urotheel (ofwel slijmvlies) komt daarnaast ook voor in de urinebuis en in het nierbekken.[6] De epitheelcellen zijn verdeeld over veel afzonderlijke lagen en normaal gesproken rond van vorm, hoewel ze ook kunnen worden uitgerekt en dan schilferig (plat) worden. De lamina propria is dik en elastisch en daardoor ondoordringbaar.
De buitenste laag (adventitia) van de urineleider bestaat net als elders uit vezelachtig bindweefsel.