Tegenwoordig is Trombocytenaggregatieremmers een onderwerp dat grote relevantie heeft gekregen in de huidige samenleving. In een steeds meer geglobaliseerde en verbonden wereld is Trombocytenaggregatieremmers een onderwerp geworden dat voor een breed scala aan mensen interessant is. Van professionals en academici tot het grote publiek, de belangstelling voor Trombocytenaggregatieremmers is toegenomen en het belang ervan wordt weerspiegeld in verschillende gebieden van het dagelijks leven. Of het nu op de werkvloer, op sociaal, technologisch of cultureel gebied is, Trombocytenaggregatieremmers heeft een aanzienlijke invloed gehad op de manier waarop we ons verhouden tot de wereld om ons heen en deze begrijpen. In dit artikel zullen we het belang van Trombocytenaggregatieremmers en de invloed ervan op de hedendaagse samenleving in detail onderzoeken.
Trombocytenaggregatieremmers ook wel plaatjesaggregatieremmers of antiaggregantia genoemd, zijn geneesmiddelen die het vermogen van bloedplaatjes (trombocyten) om samen te klonteren (te aggregeren) verminderen. Het samenklonteren van bloedplaatjes (trombocytenaggregatie) is een van de manieren waarop de kettingreactie van de bloedstolling opgestart kan worden. Trombocytenaggregatie is echter ook een belangrijk mechanisme bij het ontstaan van een hartinfarct of een herseninfarct. Trombocytenaggregatieremmers worden toegepast bij de secundaire preventie van deze aandoeningen.
Carbasalaatcalcium (Ascal®) en acetylsalicylzuur (Aspirine®) waren ooit in doseringen van 600 mg per poeder of 500 mg per tablet gangbaar als middel tegen hoofdpijn. Vanwege de bijwerkingen (maagklachten) zijn ze voor deze indicatie niet meer in gebruik, maar worden ze in veel lagere dosering (100, 80 of zelfs 40 mg per dag) toegepast bij mensen die een verhoogde kans hebben op een hartinfarct of een herseninfarct. Uit grote onderzoeken is namelijk gebleken, dat de kans op (herhaling van) een hart- of herseninfarct in de groep die deze middelen gebruikt kleiner is dan in de groep die een placebo gebruikte. (Bijvoorbeeld: de kans op een herseninfarct na een TIA blijkt 1,3% lager wanneer de patiënt acetylsalicylzuur gebruikt[1] Als er echter sprake is van boezemfibrilleren is antistolling meestal effectiever om herseninfarcten te voorkómen.
Veel ontstekingsremmende pijnstillers zoals diclofenac, ibuprofen en naproxen hebben, net als aspirine effect op de trombocytenaggregatie en maagklachten als bijwerkingen. Ze blijken echter niet het gunstige effect van acetylsalicylzuur op hart- en herseninfarcten te hebben. Integendeel, enkele middelen zijn juist uit de handel genomen omdat ze de kans op een hartinfarct vergrootten.[2]
Combinatie van acetylsalicylzuur met dipyridamol (Persantin®) blijkt effectiever dan acetylsalicylzuur alleen.[3] De nieuwe trombocytenaggregatieremmer clopidogrel (Plavix®) blijkt in bepaalde subgroepen hartinfarcten te kunnen voorkómen.
Antistolling (trombolytica, anticoagulantia en trombocytenaggregatieremmers) | |||
---|---|---|---|
Trombocytenaggregatieremmer | Glycoproteïne IIb/IIIa-remmers | Abciximab, eptifibatide, tirofiban, roxifiban, orbofiban. | |
ADP receptoren/P2Y12-remmers | Thienopyridines (clopidogrel, prasugrel, ticlopidine). Nucleotiden/nucleosideanaloga (cangrelor, elinogrel, ticagrelor). | ||
Prostaglandineanaloga (PGI2) | Beraprost, iloprost, prostacyclin, treprostinil. | ||
COX-remmers | Acetylsalicylzuur/aspirine#, aloxiprin, carbasalaatcalcium, indobufen, triflusal. | ||
Tromboxaneremmers | Tromboxanesynthaseremmers (dipyridamol (+aspirine), picotamide). Receptor antagonisten (terutroban†). | ||
Fosfodi-esteraseremmers | Cilostazol, dipyridamol, triflusal. | ||
Overig | Cloricromen, ditazole, vorapaxar. | ||
Anticoagulantia | Vitamine K-antagonisten (inhiberen factor II, VII, IX, X) | Coumarines (acenocoumarol, coumatetralyl, dicoumarol, ethyl biscoumacetaat, fenprocoumon, warfarine#). 1,3-Indandiones (clorindione, difenadion, fenindion. Overig (tiovlomarol). | |
Factor Xa-remmers (met enige factor II-inhibitie) | Heparine groep/ Glycosaminoglycaan/ (gebonden antitrombine) | Laagmoleculaire heparine (bemiparine, certoparine, dalteparine, enoxaparine, nadroparine, parnaparine, reviparine, tinzaparine‡). Oligosacharides (fondaparinux, idraparinux§. Heparine-achtigen (danaparoid, dermatan sulfaat, sulodexide). | |
Directe Xa-remmers | Xabans (apixaban, betrixaban§, darexaban§, edoxaban, otamixaban§, rivaroxaban). | ||
Directe trombine (IIa)-remmers | Bivalent: hirudin (bivalirudin, desirudin, lepirudin). Univalent: argatroban (dabigatran, melagatran‡, Ximelagatran‡). | ||
Overig | Antitrombine III, defibrotide, proteïne C (drotrecogin alfa‡), ramatroban. REG1. | ||
Trombolytica/ fibrinolytica | Plasminogeen-activatoren (r-tPA, alteplase, reteplase, tenecteplase) UPA (saruplase, urokinase) Anistreplase, monteplase, streptokinase#. Overige serine-endopeptidases (ancrod, brinase, fibrinolysine). | ||
Niet-medicinale antistolling | Citraat, EDTA, oxalaat. | ||
# WHO-lijst essentiële medicatie. ‡ Uit de markt genomen medicatie. Klinische testfase: † Fase III; § Nooit tot fase III gekomen |