In dit artikel zullen we alle aspecten onderzoeken die verband houden met Verdrag tot toetreding (2003). Van zijn oorsprong tot zijn impact op de hedendaagse samenleving, door zijn toepassingen op verschillende gebieden, is Verdrag tot toetreding (2003) de afgelopen jaren een onderwerp van groeiende belangstelling geworden. Door middel van een gedetailleerde en rigoureuze analyse zullen we de evolutie ervan in de loop van de tijd onderzoeken, evenals de relevantie ervan vandaag. Daarnaast zullen we ingaan op de meningen van experts in het veld, die hun perspectieven en reflecties over Verdrag tot toetreding (2003) zullen aanbieden. Door verschillende gezichtspunten te vergelijken en empirisch bewijsmateriaal te evalueren, wil dit artikel een alomvattend en compleet beeld geven van Verdrag tot toetreding (2003).
Het Verdrag tot toetreding 2003[1] was een overeenkomst tussen de 15 lidstaten van de Europese Unie en tien landen (Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië) betreffende de toetreding tot de Europese Unie. Naast de toetreding van tien landen, voorziet het verdrag ook een aantal aanpassingen in het Verdrag van Nice (2001). Het verdrag werd ondertekend op 16 april 2003 in Athene en trad in werking op 1 mei 2004.
Het verdrag tot toetreding 2003 past de volgende verdragen aan:
De veranderingen betroffen onder andere de manier van stemmen in de Europese Raad. Sinds de toetreding van 10 lidstaten in 2004 worden beslissingen in de Raad genomen door meerderheidsstemmen in plaats van unanimiteit.
De volledige tekst van het verdrag luidt als volgt:
Land | Ondertekening | Ondergetekende | Ratificatie |
---|---|---|---|
België | 16 april 2003 | Premier Guy Verhofstadt | 29 maart 2004 |
Cyprus | 16 april 2003 | President Tassos Papadopoulos | 6 augustus 2003 |
Denemarken | 16 april 2003 | Premier Anders Fogh Rasmussen | 11 juni 2003 |
Duitsland | 16 april 2003 | Bondskanselier Gerhard Schröder | 27 november 2003 |
Estland | 16 april 2003 | Premier Juhan Parts | 4 maart 2004 |
Finland | 16 april 2003 | Premier Paavo Lipponen | 23 december 2003 |
Frankrijk | 16 april 2003 | President Jacques Chirac | 26 februari 2004 |
Griekenland | 16 april 2003 | Premier Konstandinos Simitis | 13 april 2004 |
Hongarije | 16 april 2003 | Premier Péter Medgyessy | 23 december 2003 |
Ierland | 16 april 2003 | Taoiseach Bertie Ahern | 18 december 2003 |
Italië | 16 april 2003 | Premier Silvio Berlusconi | 26 februari 2004 |
Letland | 16 april 2003 | Premier Einars Repše | 17 december 2003 |
Litouwen | 16 april 2003 | Premier Algirdas Brazauskas | 10 oktober 2003 |
Luxemburg | 16 april 2003 | Premier Jean-Claude Juncker | 31 maart 2004 |
Malta | 16 april 2003 | Premier Lawrence Gonzi | 29 juli 2003 |
Nederland | 16 april 2003 | Minister-president Jan Peter Balkenende | 21 april 2004 |
Oostenrijk | 16 april 2003 | Kanselier Wolfgang Schüssel | 23 december 2003 |
Polen | 16 april 2003 | Premier Leszek Miller | 5 augustus 2003 |
Portugal | 16 april 2003 | Premier José Manuel Barroso | 19 februari 2004 |
Slovenië | 16 april 2003 | Premier Anton Rop | 12 maart 2004 |
Slowakije | 16 april 2003 | Premier Mikuláš Dzurinda | 9 oktober 2003 |
Spanje | 16 april 2003 | Premier José María Aznar | 26 november 2003 |
Tsjechië | 16 april 2003 | Premier Vladimír Špidla | 3 november 2003 |
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland | 16 april 2003 | Premier Tony Blair | 18 december 2003 |
Zweden | 16 april 2003 | Premier Göran Persson | 11 februari 2004 |