Het thema van Buurtspoorwegen van de provincie Luxemburg is er een dat in de loop van de tijd de aandacht van veel mensen heeft getrokken. Of het nu vanwege zijn relevantie in de geschiedenis, zijn impact op de huidige samenleving, of zijn belang op academisch gebied, Buurtspoorwegen van de provincie Luxemburg het voorwerp is geweest van studie, debat en reflectie. In dit artikel zullen we verschillende aspecten onderzoeken die verband houden met Buurtspoorwegen van de provincie Luxemburg, van zijn oorsprong en evolutie tot zijn invloed op verschillende gebieden. Door middel van een diepgaande en gedetailleerde analyse zullen we proberen het belang en de rol die Buurtspoorwegen van de provincie Luxemburg speelt in de wereld van vandaag beter te begrijpen. Zonder twijfel is Buurtspoorwegen van de provincie Luxemburg een onderwerp dat bij veel mensen interesse en nieuwsgierigheid blijft wekken, en we hopen een compleet en verrijkend overzicht van dit fascinerende onderwerp te kunnen bieden.
De groep Buurtspoorwegen van de provincie Luxemburg was een onderdeel van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen. De NMVB was georganiseerd in regionale groepen die een grote zelfstandigheid en eigen beleid hadden. De Luxemburgse groep werkte echter wel nauw samen met de groep van de provincie Namen. Oorspronkelijk waren alle lijnen in de provincie geëxploiteerd door pachters die hun eigen lijnen, stelplaats en organisatie hadden. De NMVB heeft bij de overname van de concessies, de pachterorganisatie meestal niet veranderd. De buurtspoorlijnen in provincie zijn niet verbonden met het nationaal buurtspoorwegnet en vormen ook geen groot provinciaal net. Er zijn diverse niet aan elkaar verbonden lijngroepen, behalve de Poix en Aarlen groepen bij Amberloup. Daarnaast zijn er nog diverse geïsoleerde lijnen. Geen enkele lijn is geëlektrificeerd geweest.
(lijnnummers uit het spoorboek[1])
De NMVB heeft op de landschappelijk mooie route van Melreux - Comblain in de jaren vijftig van de twintigste eeuw, trams ingezet met een geluidinstallatie. Dit om de lijn te promoten en toeristen uitleg te geven over het landschap. Dit had weinig succes en de lijn werd samen met de andere buurtspoorlijnen in de streek opgeheven. Later is echter wel door het werk en initiatief van vrijwilligers de sectie Érezée – Dochamps bewaard gebleven. Deze sectie wordt nu als toeristische lijn door de TTA (Tramway Touristique de l'Aisne) uitgebaat.
Vanaf 1 januari 1909 worden alle lijnen van deze groep verpacht aan de RGW (SA pour l'Exploitation du CFV Rochefort - Grottes de Han - Wellin et Extentions) totdat de concessie door de NMVB werd overgenomen in 1955. Alle lijnen, behalve de lijn naar de grotten van Han, die terug verpacht werd aan de RGW, werden dan gesloten. (1955 reizigers, 1957 goederen).
De drie lijnen samen vormen een lange doorgaande lijn van 133 kilometer tussen Ethe en Marche. De pachter tot 1920 was de CFP (SA des Chemins de Fer Provinciaux).
Alle lijnen behalve de lijn 503 naar Libramont werden verpacht aan de StHB (SA pour l'Exploitation du CFV de St-Hubert - Bouillon et Extentions) tot 1922.
De eerste buurtspoorlijnen in de provincie zijn de Poix - St. Hubert (lijn 509) geopend op 1 oktober 1886 en de Melreux - Tannerie Racot (lijn 500) geopend op 9 oktober 1886 (lijn 509).[4] De meeste lijnen werden in de jaren 1950 opgeheven. De laatste opgeheven lijn is Bastenaken - Martelange (lijn 516) die op 1 september 1960 is opgeheven voor reizigers en een maand later op 30 september voor goederen. De lijn naar de grotten van Han is nooit gesloten geweest. De Hotton - Manhay (lijn 579) is gesloten op 1 december 1959, maar hiervan is de sectie Pont d'Erezée - Manhay sinds 25 juni 1966 overgenomen door het toeristische trambedrijf van de TTA (Tramway Touristique de l'Aisne).
(*)= gelegen in de provincie Luik