Tegenwoordig is Jan IV van Nassau een zeer relevant onderwerp dat op verschillende gebieden interesse en discussie genereert. Met het verstrijken van de tijd is Jan IV van Nassau steeds belangrijker geworden in de huidige samenleving, en de invloed ervan is merkbaar in verschillende aspecten van het dagelijks leven. Van de persoonlijke sfeer tot de werksfeer heeft Jan IV van Nassau bewezen een onderwerp te zijn dat niet onopgemerkt blijft en de belangstelling wekt van experts, academici en mensen in het algemeen. In dit artikel zullen we verschillende aspecten onderzoeken die verband houden met Jan IV van Nassau, evenals de impact ervan op de hedendaagse samenleving.
Jan IV | ||
---|---|---|
1410-1475 | ||
![]() | ||
![]() graaf van Vianden en graaf van Diez; Heer van Breda en de Lek | ||
Periode | 1442-1475 | |
Voorganger | Engelbrecht I | |
Opvolger | Engelbrecht II & Jan V | |
Vader | Engelbrecht I van Nassau-Siegen | |
Moeder | Johanna van Polanen van de Lek |
Jan (Johan) IV van Nassau-Dillenburg, meestal genoemd Jan IV van Nassau (1 augustus 1410 - Dillenburg, 3 februari 1475), heer van Breda, was de zoon van Engelbrecht I van Nassau-Siegen en Johanna van Polanen. Beiden stelden hun leven in dienst van de hertogelijke macht in Brussel, Engelbrecht I onder de Brabantse en Jan IV onder de Bourgondische hertog.
Jan IV noemde zich Graaf van Nassau, Vianden en Dietz. In 1451 erfde hij van zijn broer Hendrik II van Nassau-Dillenburg de Duitse gebieden van het huis Nassau-Dillenburg, waardoor alle Nassause bezittingen uit de Ottoonse linie, met uitzondering van Nassau-Beilstein, weer in handen van één persoon kwamen.
Jan IV speelde een rol in het hertogdom Brabant, waar Filips de Goede, hertog van Bourgondië sinds 1430 hertog was. De graaf was militair zowel onder Filips de Goede als onder Karel de Stoute. Hij werd benoemd tot drossaard van Brabant, wat hij tot zijn dood bleef.
In 1445 begeleidde hij hertog Filips bij diens aanval op het graafschap Holland. Jan was als maarschalk van Hertogdom Westfalen stadhouder van de aartsbisschop van Keulen in diens hertogdom Westfalen. De graaf breidde het kasteel van Breda uit met torens en stichtte een grote bibliotheek.
Graaf Jan is gestorven in Dillenburg. Zijn lichaam ligt begraven in het Praalgraf van Engelbrecht I van Nassau in de Grote Kerk aan de Grote Markt te Breda, zijn hart is begraven in Dillenburg.
Op 7 februari 1440 huwde hij met gravin Maria van Loon-Heinsberg (1424-1502), een telg uit een vooraanstaande adellijke familie, die afstamde van de graven van Loon. Zij was een zuster van Jan van Heinsberg, de prins-bisschop van Luik. Haar vader was Johan I van Loon-Heinsberg, heer van Heinsberg en Blankenberg (1360-1438) die getrouwd was met Margaretha van Gennep (-1419).
Door zijn huwelijk met Maria van Loon kwamen Diest, Zichem, Lummen, Millen, Gangelt, Waldfeucht en Stein aan de Maas in zijn bezit.
Uit het huwelijk tussen Jan IV en Maria van Loon-Heinsberg zijn zes kinderen geboren:
Jan IV had bastaardkinderen.