Het onderwerp Koninkrijk Bohemen is door de geschiedenis heen een onuitputtelijke bron van debat en belangstelling geweest. Sinds zijn oorsprong spreekt Koninkrijk Bohemen tot de collectieve verbeelding en heeft het de nieuwsgierigheid van miljoenen mensen over de hele wereld gewekt. De impact ervan op de samenleving en de relevantie ervan op verschillende gebieden, zoals cultuur, politiek, wetenschap of technologie, maken het tot een onderwerp van universeel belang. In dit artikel zullen we de verschillende aspecten van Koninkrijk Bohemen onderzoeken, van zijn oorsprong tot zijn invloed in de wereld van vandaag, waarbij we de implicaties en de evolutie ervan in de loop van de tijd zullen analyseren.
České království (cs) České kráľovstvo (sk) Königreich Böhmen (de) Rēgnum Bohēmiae (la) | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|
Kroonland van de Boheemse kroon (1348-1918) Onderdeel en keurvorst van het Heilige Roomse Rijk (1356--1806) Kroonland van Keizerrijk Oostenrijk (1806-1867) Kroonland van Oostenrijk-Hongarije (1867-1918) | ||||||
| ||||||
| ||||||
Kaart | ||||||
![]() | ||||||
Koninkrijk Bohemen binnen het Heilige Roomse Rijk (1618) | ||||||
Algemene gegevens | ||||||
Hoofdstad | Praag | |||||
Talen | Tsjechisch, Duits | |||||
Regering | ||||||
Regeringsvorm | Koninkrijk |
Het koninkrijk Bohemen was vanaf 1198 een koninkrijk binnen het Heilige Roomse Rijk. Toen het Heilige Roomse Rijk in 1806 eindigde, werd het een onderdeel van het keizerrijk Oostenrijk. De keizer hield hierbij de titel. Na de Ausgleich werd het koninkrijk onderdeel van Cisleithanië.
Vóór 1198 was Bohemen een hertogdom. Het hertogdom Bohemen werd in de 11e eeuw onderdeel van het Rijk. Keizer Hendrik IV verleende hertog Vratislav II in 1085 de titel van koning van Bohemen. Onder Ottokar I werd de Boheemse kroon in 1198 erfelijk.
Onder zijn kleinzoon Ottokar II bevatte het rijk ook tijdelijk delen van Oostenrijk. Bohemen verwierf in 1335 bovendien Silezië. Intussen waren de Premysliden uitgestorven en zat het huis Luxemburg op de troon. In 1471 kwamen de Poolse Jagiellonen aan de macht.
In 1257 werd het koninkrijk aangewezen als een van de zeven keurvorstendommen binnen het Heilige Roomse Rijk wat door de Gouden Bul van 1356 bevestigd werd zodat de koning van Bohemen als keurvorst erkend werd. In 1348 maakte keizer Karel IV het koninkrijk het belangrijkste land binnen de Boheemse kroon.
Bohemen kwam door de dood van Lodewijk II Jagiello in 1526 aan de Habsburgers, maar bleef aanvankelijk een onafhankelijk koninkrijk. In 1618 begon in Praag de Dertigjarige Oorlog. In 1627 kwam Bohemen integraal aan Oostenrijk (vanaf 1867 Oostenrijk-Hongarije). Pas vanaf 1743, toen het Habsburgse rijk begon te centraliseren, kwam er een einde aan de autonomie van Bohemen.
Na de Eerste Wereldoorlog werd het onderdeel van de nieuw gevormde staat Tsjecho-Slowakije. Na de opsplitsing in Tsjechië en Slowakije (1 januari 1993) werd Bohemen onderdeel van Tsjechië.