In de wereld van vandaag heeft Mise en abyme op verschillende gebieden aanzienlijk aan belang gewonnen. Of het nu op academisch, professioneel of persoonlijk vlak is, Mise en abyme is een interessant en relevant onderwerp dat het verdient om diepgaand onderzocht te worden. De impact ervan strekt zich uit tot verschillende gebieden en beïnvloedt alles, van sociale trends tot technologische vooruitgang. In dit artikel zullen we ons verdiepen in de fascinerende wereld van Mise en abyme, waarbij we de implicaties ervan, de evolutie ervan in de loop van de tijd en de invloed ervan op de hedendaagse samenleving onderzoeken. Vanaf zijn oorsprong tot zijn huidige aanwezigheid is Mise en abyme een fundamenteel element geworden dat het verdient om in zijn geheel te worden geanalyseerd en begrepen.
Mise en abyme (soms mise en abîme gespeld) is een methode om een literair of visueel werk in een ander werk van dezelfde soort weer te geven. Het ene 'beeld' wordt als het ware binnen het andere ingebed. Voorbeelden hiervan zijn het bekende cacaomeisje van Droste, dat op de verpakking van Droste een dienblad ophoudt met daarop dezelfde verpakking van Droste waarop een meisje te zien is dat een dienblad ophoudt enzovoort (het zogeheten droste-effect), en de raamvertelling "The Canterbury Tales".
In de literaire theorie heeft mise en abyme (letterlijk: "plaatsing in de afgrond") betrekking op het raamverhaal: verhalen die in verhalen worden geplaatst. Hierbij moet dus onderscheid gemaakt worden tussen verschillende vertelniveaus. Deze term is, samen met begrippen als vertelinstantie en focalisatie, afkomstig van de Franse literatuurwetenschapper Gérard Genette. Hij onderscheidde verschillende vertelniveaus en deze terminologie wordt gebruikt om uit te leggen hoe een vertelling gestructureerd en georganiseerd is.
Een raamvertelling begint met het situeren van de personages op een bepaald niveau waarop de vertelling plaatsvindt: het extradiëgetisch niveau, waarbij diëgese slaat op de vertelling zelf. Een voorbeeld maakt dit duidelijk: in The Canterbury Tales komen de pelgrims aan het begin van de vertelling samen in herberg the Tabard Inn om een tocht te ondernemen naar het graf van de heilige Thomas Becket. Ze besluiten om onderweg een wedstrijd verhalen vertellen te houden. In de vertelling zitten we nog steeds op het extradiëgetisch niveau, dat eigenlijk niet echt deel uitmaakt van het verhaal. Het schept gewoon de situatie, een raamwerk om de verhalen te kunnen vertellen waar het echt om gaat.
Wanneer de personages hun verhaal vertellen zitten we telkens in een verhaal binnen een verhaal, op het intradiëgetisch niveau, vaak gewoon afgekort als diëgetisch niveau. In The Canterbury Tales is bijvoorbeeld The Miller's Tale een vertelling op intradiëgetisch niveau.
Als nu een van de personages die aan het woord is, vertelt dat hij iemand tegenkwam met een verhaal, dan wordt het... een verhaal in een verhaal in een verhaal. Dit derde niveau heeft ook een naam: het hypodiëgetisch niveau. Het volgende niveau (een verhaal in een verhaal in een verhaal in een verhaal) is dan het hypo-hypo-diëgetisch niveau en zo kan het nog wel een tijdje verder gaan. De situatie waar de lezer dan in zit is vergelijkbaar met het zogenoemde droste-effect.